Menu

X Omdat je bent ingelogd zie je op deze pagina de berichten uit al je groepen. Alleen jij ziet deze informatie.

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
Dit jaar is het 40 jaar geleden dat Zeven straten en een park verscheen. De schrijfster, Margaretha Ferguson (1920-1992), zat in haar jeugd op de openbare lagere school nummer 10, op de hoek van de Spijkerstraat en de Schoolstraat. In Zeven straten blikt zij terug op haar Arnhemse jeugd en haar tijd in het Spijkerkwartier.De zeven straten uit het boek zijn Taklaan (waar zij woonde), Spiekmanlaan, Römerse pad, Raapopseweg, Klarendalseweg en Spijkerstraat. Het park is Sonsbeek. Het is een kleine wereld waarin de jeugd van Margaretha Dorothea Wigerink zich afspeelt. Ze groeit op in een socialistisch milieu. Haar moeder is het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid voor de Sociaal Democratische Arbeiderspartij. Als zij 9 jaar oud is, vertrekt zij met haar ouders naar Nederlands-Indië waar vader een bloeiende kantoorhandel opzet. Na de oorlog gaat Margaretha terug naar Nederland om te studeren. In 1973 huwt ze met Thomas Ferguson, wiens naam ze gebruikt voor haar schrijversloopbaan. Haar verhalen zijn veelal autobiografisch en spelen zich vaak in voormalig Indië af.In Zeven straten en een park (1977) blikt zij terug op haar Arnhemse jeugd, waarin zij schoolging in het Spijkerkwartier. Zij schrijft hoe zij samen met een meisje uit de buurt vanaf haar ouderlijk huis aan de Taklaan langs de Velperweg (‘Aan de overkant ligt ’t Broek, meestal drassig’) dagelijks naar het Spijkerkwartier liep:Meteen voorbij het viaduct oversteken, Hertogstraat, Schoolstraat. Riekie moet door naar de Parkstraat, daar staat haar meisjesschool. Ik ben op een Openbare Lagere School in de Spijkerstraat (…) Op de Arnhemse school in de Spijkerstraat zat ik tot het begin van de vierde klas. Toen gingen we naar Indië.In het laatste hoofdstuk wandelt de inmiddels volwassen geworden ik-figuur, terug uit Indonesië nog eens door Arnhem, herinneringen ophalend. Ze verbaast zich over de nieuwe tijd:Tegen de blonde hoer die in de voortuin van het vervallen aristocratische herenhuis zich glimlachend koesterde in de hete middagzon had ik willen zeggen: ‘Ziet u, ik ben hier vroeger op school geweest, verderop in de Spijkerstraat, daarom loop ik een beetje rond.’ Maar het bleef van mijn kant bij een vage blik. In haar ogen moest ik wel een onfatsoenlijke indringster zijn. En mijn jeugdherinneringen, alleen al poëzie door de kwaliteit juist van herinnering, pasten zich maar moeizaam aan bij deze harde wereld van het nu zo roemruchte Spijkerkwartier. (…) Ik vind mijn oude school. Nog even duister en schrikaanjagend als vroeger, met een grote stenen speelplaats, hoge grauwe muren, onbereikbare ramen. Het is nu geen school meer maar Krejatief Centrum de Mariënburg. Niet alleen rond de Karel van Gelder- en Dullertstraat zit prostitutie. Ook in Parkstraat en Spijkerstraat zijn ‘ramen’ en de daarbij horende sfeer.De brede straten met hun vervallen herenhuizen en diepe voortuinen worden doorsneden door smallere en nog smallere en nog smallere straten en straatjes. Langzame auto’s kruipen de hoeken om, de mannen spieden, het hoofd ver over het stuur naar voren gebogen, naar huisnummers, of naar ramen. In een kroeg op de hoek speelt harde grammofoonmuziek. Een grauw mens met kanten strikken en hardgeel haar kijkt mij woedend aan.Arnhem is niet meer wat het geweest is. De volwassen geworden schrijfster heeft geen emotionele binding meer met de stad van haar jeugd. Het is een afgesloten hoofdstuk. Margaretha Ferguson overleed op 8 mei 1992 tijdens een reis door Vietnam.
Alfons Haket maakte in zijn lange muzikantenloopbaan als zanger en gitarist deel uit van legendarische Arnhemse bands als The Moans en Long Tall Ernie and The Shakers. Hij woonde in zijn jeugd een paar jaar in de Spijkerstraat, waarna hij met zijn ouders in Arnhem Zuid terechtkwam, waar hij nog altijd woont. In het Spijkerkwartier kwam hij later nog regelmatig, om Herman Brood uit bed te halen voor een optreden, of om met de VPRO filmopnamen te maken in de hoerenbuurt. Na een kopje koffie bij Metropole, doen we een rondje Spijkerkwartier. Herinneringen ophalen.The Moans‘Het was één van deze twee panden. Dus dat grijze of dat witte, in mijn beleving. Ik weet het niet echt honderd procent meer’. Het zal vaker gebeuren deze ochtend, dat zijn geheugen hem in de steek laat. Zo gek is dat niet. Haket, 72 jaar - je geeft het hem niet - laat zijn gedachten teruggaan naar het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw. We staan in de Spijkerlaan tegenover Koffiehuis Dostlar op nummer 18 en Snackhouse op 20.‘Ik ben zelfs geneigd om te zeggen, dat het dit pand was, 20. Maar nogmaals, dat weet ik niet zeker. Herman’s kamer was aan de voorkant op de zolder’. Haket wijst de deur aan die toegang gaf tot een trap die leidde naar de kamer van een toen nog jonge en onbekende Herman Brood (1946-2001), een uit Zwolle afkomstige kunstacademiestudent waarmee Haket vanaf 1964 in The Moans speelde. Het was een van de vele beatbandjes die in het Arnhem van de sixties als paddestoelen uit de grond rezen. ‘Dat koffiehuis en die snackbar waren er toen uiteraard niet. Ik meen dat er een bakker zat’. Veel herinneringen heeft Haket er niet aan. ‘Ik kwam er alleen om Herman op te halen voor optredens of repetities. Hij lag dan nog steevast te snurken. Zijn kamer was een rommeltje. Hij was er ook bijna nooit. Sliep altijd bij een van zijn vele vriendinnen. Herman was een showman met – toen al – een enorm charisma’. The Moans, genoemd naar het nummer ‘Moanin’ van de Amerikaanse jazzdrummer Art Blakey, bestonden behalve uit Haket en pianist-zanger Brood uit bassist Jaap van Eik en Erlend Josephy op gitaar. Alan Macfarlane drumde.Diezelfde Macfarlane situeerde de kamer van Brood overigens in het hoekpand Spijkerlaan-Driekoningendwarsstraat. Niet aan de voorkant en op de zolder, zoals Haket zich herinnert, maar aan de achterkant op de eerste verdieping: ‘Op die plek was een schutting en Herman had een balkon. Daar kon hij vanaf pissen’, aldus Macfarlane eerder in de Wijkkrant (2009, nummer 63, p. 6-7). In november 1966 vielen The Moans alweer uit elkaar en zochten de muzikanten hun eigen weg. Brood sloot zich aan bij Cuby and the Blizzards en maakte later vanuit Amsterdam furore met zijn Wild Romance. De overige Moans hielden het dichter bij huis en bleven, sommigen nog steeds, actief in de Arnhemse popwereld.Gevaarlijke dingen doenWe lopen verder, richting Spijkerstraat waar we links afslaan. Ter hoogte van nummer 221 en 223 stopt Haket bij de zogeheten Brusselse huizen, van architect J.H. van Sluiters. In één van deze twee panden – hij weet het niet precies - woonde hij net na de oorlog met zijn moeder op de zolderverdieping.Alfons Haket werd in 1944 geboren in het Duitse Hildesheim, als zoon van Willy Laue, een Kriegsmarine-man en de Rotterdamse Beppie Faasse, die zwanger werd van die knappe soldaat van de bezetter. Zij bracht haar zoon ter wereld, terwijl zij bij de ouders van Laue in Hitlers Duitsland verbleef. De vader van het oorlogskind raakte in 1943 zoek, maar overleefde. Het was niet de bedoeling dat Beppie, inmiddels met kind weer in Nederland, bij hem terug kwam: ‘Bleibt da!’, kreeg ze te horen. Willy had een andere vrouw gevonden.Alfons kwam met zijn moeder in het Arnhemse Spijkerkwartier terecht, waar hij tot 1947 of 1948 zou blijven wonen, toen het gezin naar Arnhem-Zuid verhuisde.Zijn achternaam kreeg hij van Martinus Haket, de man waar moeder na de oorlog mee trouwde. De jongen speelde in die jaren, tot ongenoegen van zijn bezorgde moeder, tussen de ruïnes van de kapot geschoten huizen in de Driekoningendwarsstraat. Hij had een eigen kamertje, van waar hij uitkeek op de bakkerij op de hoek van de Spijkerstraat-Prins Hendrikstraat. ‘De geur van vers gebakken brood, dat was zo heerlijk’.‘Ik kan me herinneren dat ik ooit als klein jongetje daar - waar nu die nieuwe panden in de Prins Hendrikstraat staan – in de dakgoot heb gestaan. Ik moet toen ongeveer 3 zijn geweest. Mijn moeder keek uit het raam en zag dat. Ze stond te schreeuwen, helemaal in paniek. Ik stond dus in de dakgoot weet je wel! Dat staat me nog als de dag van gisteren bij. Ik mocht altijd graag gevaarlijke dingen doen. Ook later, ten tijde van The Moans, meestal met een zatte kop weet je wel, klom ik in hijskranen en bouwsteigers. Vond ik op de een of andere manier leuk’.Foto van vroegerIn 2015 verscheen over Haket een heuse rock-biografie. Historicus Ferry Reurink en journalist Peter Bierhaus stelden zijn levensverhaal te boek in Alfons Haket. Dé jongensdroom: 60 jaar rock ‘n roll. Op één van de vele fraaie foto’s die in het boek (pagina 31) zijn opgenomen staat een piepjonge Alfons (rechts) met buurtkinderen in de Parkstraat. Alfons vindt de plek terug. ‘Het balkonnetje, die ronde ramen, dat klopt wel. En die regenpijp daar’.Hij poseert opnieuw voor de foto op dezelfde plek waar hij eind jaren ’40 op de stoep stond. Zijn tante Hilde woonde er op de tweede etage van nummer 14, tot zij verhuisde naar de Zypendaalseweg. ‘Daar ging ik dan naar toe om te voetballen op de Ronde Weide. Daar stonden doelpalen. Dat is er nu allemaal niet meer. We liepen altijd te schoemen. Het was een hele fijne tijd’.Het gat van NederlandHet Spijkerkwartier werd er beroemd en berucht door, de rosse buurt, waaraan na aanhoudend verzet uit de buurt, een einde werd gemaakt. Het vormde ooit het ideale decor voor Long Tall Ernie and the Shakers, een stel Arnhemse rock muzikanten die zich een ruig imago wilden aanmeten. De jonge televisiemakers van het roemruchte VPRO-programma Het gat van Nederland, dat werd uitgezonden van 1972 tot 1974, wilden er graag aan meewerken.Haket: ‘We hadden een afspraak bij Metropole. Om de boel te bespreken hoe we het zouden gaan doen. Daarna gingen we naar Klarendal. Bij de molen, het was daar allemaal nog een puinhoop, stond Henk Bruijsten, alias Hank the Knife, met een mes in de schutting te gooien. Dus dat werd gefilmd. Toen gingen we met die pooierbak, een Opel Kapitän of een Amerikaan, ik weet het niet meer, zogenaamd Alan Macfarlane uit de Koepelbajes ophalen. Je had toen in de stad nog café de Maff, waar ik op een Harley Davidson kwam aanrijden. Op een gegeven moment brak in dat café de pleuris uit. Arnie Treffers en Jan Rietman, twee andere bandleden, werden gefilmd achterin het Spijkerkwartier, waar toen nog een tanksstattionnetje zat, en speelden de pooier. Een vriendin van Arnie speelde de hoer en zat achter de ramen. Die kreeg klappen, weet je wel. De echte hoeren die dat zagen kwamen hun huis uit rennen, van wat is hier dan aan de hand! Wat gebeurt hier? Dat moest uiteraard allemaal gesust worden. Terwijl we in wezen beschaafde mannen waren - jongens nog - zagen we er uit alsof we het tuig van de richel waren. Het was een vermakelijke film die veel mensen hebben gezien. Daarna zaten de zalen wel vol. Ja, leuke tijd.’Suf repeterenTerug bij Metropole vraag ik hem of hij vaak terugdenkt aan die ‘goede oude tijd’? ‘Nou, vaak? Ik mis het spelen. Toen speelden we, wat zal het zijn? Wekelijks. En nu speel ik hooguit 10 keer per jaar’. Dat doet Haket met die andere oud gediende, Alan Macfarlane, in Hank the Knife and The Jets. Op 29 januari speelt hij met Captain Jetlag and the Cityhoppers, zijn andere band, vanaf 16.00 uur in café Touché. Is hij zich weer helemaal ‘suf’ aan het reperteren, want drie jaar niet gespeeld. ‘Moet je dat allemaal weer ophalen, weet je wel, het repertoire’. Daar springt de muzikant op zijn fiets, en voegt zich in het drukke verkeer van de Steenstraat, op naar Zuid.(Met dank aan Ferry Reurink voor het beschikbaar stellen van de foto’s van de omslag van zijn boek en Parkstraat eind jaren ’40. Voor wie meer wil lezen over het levensverhaal van Haket en zijn omzwervingen in de Arnhemse muziekscène kan terecht bij het boek van Reurink en Bierhaus, Alfons Haket. Dé jongensdroom: 60 jaar rock ‘n roll, Oosterbeek: Uitgeverij Kontrast. 127 blz. ISBN 978-94-90834-96-8, nog altijd te koop bij uitgever én Arnhemse boekhandel).
Pagina's (1): 1