Menu

X Omdat je bent ingelogd zie je op deze pagina de berichten uit al je groepen. Alleen jij ziet deze informatie.

Buurtverhaal:

‘Terwijl we in wezen beschaafde mannen waren - jongens nog - zagen we er uit als het tuig van de richel’. Rondje Spijkerkwartier met Alfons Haket (2017)

Stef
Gepubliceerd op 11 januari 2017

Alfons Haket maakte in zijn lange muzikantenloopbaan als zanger en gitarist deel uit van legendarische Arnhemse bands als The Moans en Long Tall Ernie and The Shakers. Hij woonde in zijn jeugd een paar jaar in de Spijkerstraat, waarna hij met zijn ouders in Arnhem Zuid terechtkwam, waar hij nog altijd woont. In het Spijkerkwartier kwam hij later nog regelmatig, om Herman Brood uit bed te halen voor een optreden, of om met de VPRO filmopnamen te maken in de hoerenbuurt. Na een kopje koffie bij Metropole, doen we een rondje Spijkerkwartier. Herinneringen ophalen.

The Moans

‘Het was één van deze twee panden. Dus dat grijze of dat witte, in mijn beleving. Ik weet het niet echt honderd procent meer’. Het zal vaker gebeuren deze ochtend, dat zijn geheugen hem in de steek laat. Zo gek is dat niet. Haket, 72 jaar - je geeft het hem niet -  laat zijn gedachten teruggaan naar het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw. We staan in de Spijkerlaan tegenover Koffiehuis Dostlar op nummer 18 en Snackhouse op 20.

‘Ik ben zelfs geneigd om te zeggen, dat het dit pand was, 20. Maar nogmaals, dat weet ik niet zeker. Herman’s kamer was aan de voorkant op de zolder’. Haket wijst de deur aan die toegang gaf tot een trap die leidde naar de kamer van een toen nog jonge en onbekende Herman Brood (1946-2001), een uit Zwolle afkomstige kunstacademiestudent waarmee Haket vanaf 1964 in The Moans speelde. Het was een van de vele beatbandjes die in het Arnhem van de sixties als paddestoelen uit de grond rezen. ‘Dat koffiehuis en die snackbar waren er toen uiteraard niet. Ik meen dat er een bakker zat’. Veel herinneringen heeft Haket er niet aan. ‘Ik kwam er alleen om Herman op te halen voor optredens of repetities. Hij lag dan nog steevast te snurken. Zijn kamer was een rommeltje. Hij was er ook bijna nooit. Sliep altijd bij een van zijn vele vriendinnen. Herman was een showman met – toen al – een enorm charisma’.   

The Moans, genoemd naar het nummer ‘Moanin’ van de Amerikaanse jazzdrummer Art Blakey, bestonden behalve uit Haket en pianist-zanger Brood uit bassist Jaap van Eik en Erlend Josephy op gitaar. Alan Macfarlane drumde.

Diezelfde Macfarlane situeerde de kamer van Brood overigens in het hoekpand Spijkerlaan-Driekoningendwarsstraat. Niet aan de voorkant en op de zolder, zoals Haket zich herinnert, maar aan de achterkant op de eerste verdieping: ‘Op die plek was een schutting en Herman had een balkon. Daar kon hij vanaf pissen’, aldus Macfarlane eerder in de Wijkkrant (2009, nummer 63, p. 6-7)

In november 1966 vielen The Moans alweer uit elkaar en zochten de muzikanten hun eigen weg. Brood sloot zich aan bij Cuby and the Blizzards en maakte later vanuit Amsterdam furore met zijn Wild Romance. De overige Moans hielden het dichter bij huis en bleven, sommigen nog steeds, actief in de Arnhemse popwereld.

Gevaarlijke dingen doen

We lopen verder, richting Spijkerstraat waar we links afslaan. Ter hoogte van nummer 221 en 223 stopt Haket bij de zogeheten Brusselse huizen, van architect J.H. van Sluiters. In één van deze twee panden – hij weet het niet precies - woonde hij net na de oorlog met zijn moeder op de zolderverdieping.

Alfons Haket werd in 1944 geboren in het Duitse Hildesheim, als zoon van Willy Laue, een Kriegsmarine-man en de Rotterdamse Beppie Faasse, die zwanger werd van die knappe soldaat van de bezetter. Zij bracht haar zoon ter wereld, terwijl zij bij de ouders van Laue in Hitlers Duitsland verbleef. De vader van het oorlogskind raakte in 1943 zoek, maar overleefde. Het was niet de bedoeling dat Beppie, inmiddels met kind weer in Nederland, bij hem terug kwam: ‘Bleibt da!’, kreeg ze te horen. Willy had een andere vrouw gevonden.

Alfons kwam met zijn moeder in het Arnhemse Spijkerkwartier terecht, waar hij tot 1947 of 1948 zou blijven wonen, toen het gezin naar Arnhem-Zuid verhuisde.

Zijn achternaam kreeg hij van Martinus Haket, de man waar moeder na de oorlog mee trouwde. De jongen speelde in die jaren, tot ongenoegen van zijn bezorgde moeder, tussen de ruïnes van de kapot geschoten huizen in de Driekoningendwarsstraat. Hij had een eigen kamertje, van waar hij uitkeek op de bakkerij op de hoek van de Spijkerstraat-Prins Hendrikstraat. ‘De geur van vers gebakken brood, dat was zo heerlijk’.

‘Ik kan me herinneren dat ik ooit als klein jongetje daar - waar nu die nieuwe panden in de Prins Hendrikstraat staan – in de dakgoot heb gestaan. Ik moet toen ongeveer 3 zijn geweest. Mijn moeder keek uit het raam en zag dat. Ze stond te schreeuwen, helemaal in paniek. Ik stond dus in de dakgoot weet je wel! Dat staat me nog als de dag van gisteren bij. Ik mocht altijd graag gevaarlijke dingen doen. Ook later, ten tijde van The Moans, meestal met een zatte kop weet je wel, klom ik in hijskranen en bouwsteigers. Vond ik op de een of andere manier leuk’.

Foto van vroeger

In 2015 verscheen over Haket een heuse rock-biografie. Historicus Ferry Reurink en journalist Peter Bierhaus stelden zijn levensverhaal te boek in Alfons Haket. Dé jongensdroom: 60 jaar rock ‘n roll. Op één van de vele fraaie foto’s die in het boek (pagina 31) zijn opgenomen staat een piepjonge Alfons (rechts) met buurtkinderen in de Parkstraat. Alfons vindt de plek terug. ‘Het balkonnetje, die ronde ramen, dat klopt wel. En die regenpijp daar’.

Hij poseert opnieuw voor de foto op dezelfde plek waar hij eind jaren ’40 op de stoep stond. Zijn tante Hilde woonde er op de tweede etage van nummer 14, tot zij verhuisde naar de Zypendaalseweg. ‘Daar ging ik dan naar toe om te voetballen op de Ronde Weide. Daar stonden doelpalen. Dat is er nu allemaal niet meer. We liepen altijd te schoemen. Het was een hele fijne tijd’.

Het gat van Nederland

Het Spijkerkwartier werd er beroemd en berucht door, de rosse buurt, waaraan na aanhoudend verzet uit de buurt, een einde werd gemaakt. Het vormde ooit het ideale decor voor Long Tall Ernie and the Shakers, een stel Arnhemse rock muzikanten die zich een ruig imago wilden aanmeten. De jonge televisiemakers van het roemruchte VPRO-programma Het gat van Nederland, dat werd uitgezonden van 1972 tot 1974, wilden er graag aan meewerken.

Haket: ‘We hadden een afspraak bij Metropole. Om de boel te bespreken hoe we het zouden gaan doen. Daarna gingen we naar Klarendal. Bij de molen, het was daar allemaal nog een puinhoop, stond Henk Bruijsten, alias Hank the Knife, met een mes in de schutting te gooien. Dus dat werd gefilmd. Toen gingen we met die pooierbak, een Opel Kapitän of een Amerikaan, ik weet het niet meer, zogenaamd Alan Macfarlane uit de Koepelbajes ophalen. Je had toen in de stad nog café de Maff, waar ik op een Harley Davidson kwam aanrijden. Op een gegeven moment brak in dat café de pleuris uit. Arnie Treffers en Jan Rietman, twee andere bandleden, werden gefilmd achterin het Spijkerkwartier, waar toen nog een tanksstattionnetje zat, en speelden de pooier. Een vriendin van Arnie speelde de hoer en zat achter de ramen. Die kreeg klappen, weet je wel. De echte hoeren die dat zagen kwamen hun huis uit rennen, van wat is hier dan aan de hand! Wat gebeurt hier? Dat moest uiteraard allemaal gesust worden. Terwijl we in wezen beschaafde mannen waren - jongens nog - zagen we er uit alsof we het tuig van de richel waren. Het was een vermakelijke film die veel mensen hebben gezien. Daarna zaten de zalen wel vol. Ja, leuke tijd.’

Suf repeteren

Terug bij Metropole vraag ik hem of hij vaak terugdenkt aan die ‘goede oude tijd’? ‘Nou, vaak? Ik mis het spelen. Toen speelden we, wat zal het zijn? Wekelijks. En nu speel ik hooguit 10 keer per jaar’. Dat doet Haket met die andere oud gediende, Alan Macfarlane, in Hank the Knife and The Jets. Op 29 januari speelt hij met Captain Jetlag and the Cityhoppers, zijn andere band, vanaf 16.00 uur in café Touché. Is hij zich weer helemaal ‘suf’ aan het reperteren, want drie jaar niet gespeeld. ‘Moet je dat allemaal weer ophalen, weet je wel, het repertoire’. Daar springt de muzikant op zijn fiets, en voegt zich in het drukke verkeer van de Steenstraat, op naar Zuid.

(Met dank aan Ferry Reurink voor het beschikbaar stellen van de foto’s van de omslag van zijn boek en Parkstraat eind jaren ’40. Voor wie meer wil lezen over het levensverhaal van Haket en zijn omzwervingen in de Arnhemse muziekscène kan terecht bij het boek van Reurink en Bierhaus, Alfons Haket. Dé jongensdroom: 60 jaar rock ‘n roll, Oosterbeek: Uitgeverij Kontrast. 127 blz. ISBN 978-94-90834-96-8, nog altijd te koop bij uitgever én Arnhemse boekhandel).

Reacties

Marian 3 februari 2017
https://www.youtube.com/watch?v=Cv9NSR-2DwM
Trudi 11 januari 2017
Wat een mooi verhaal!


Bekijk alle verhalen in je buurt »